Een nestkast voor de specht maak je zelf met een bouwtekening die rekening houdt met de specifieke eisen van deze vogel. De vlieggat-diameter, de diepte van de kast en het gebruikte materiaal bepalen of een specht de kast accepteert. Hieronder vind je alle maten, een overzicht van de onderdelen en de stappen om de kast te bouwen.

Waarom een gewone nestkast niet werkt voor spechten

Spechten hakken in de natuur zelf holtes uit dood hout. Ze zijn gewend aan ruwe, onregelmatige wanden en een stevige buitenkant die weerstand biedt. Een gladde houten kast van vurenhout trekt hen nauwelijks. Ze weigeren hem simpelweg. Commerciële aanbieders zoals Vivara werken daarom met berkenstammen als basis, omdat spechten die structuur herkennen als geschikt broedplaats. Als je zelf een kast bouwt, moet je dat verschil meenemen in je ontwerp.

De grote bonte specht is de meest voorkomende soort in Nederlandse tuinen en bossen. Voor hem zijn de maten hieronder bedoeld. Andere soorten zoals de groene specht of de zwarte specht hebben grotere afmetingen nodig.

De bouwtekening voor een specht nestkast: alle maten

Gebruik de onderstaande maten als basis voor je bouwtekening. Ze zijn gebaseerd op de eisen van de grote bonte specht.

Onderdeel Maat
Vlieggat doorsnede 45 mm
Binnenmaat bodem (b x d) 14 x 14 cm
Hoogte binnenzijde 30 tot 35 cm
Hoogte vlieggat boven bodem 25 tot 28 cm
Dikte wanden Minimaal 3 cm (liever dik massief hout)

Het vlieggat van 45 mm laat de grote bonte specht makkelijk in en uit vliegen, maar houdt grotere indringers zoals katten of eekhoorns buiten. Zit het gat te laag boven de bodem, dan kunnen jonge vogels te vroeg naar buiten vallen. Zit het te hoog, dan kunnen de kuikens de opening niet bereiken als ze uitvliegklaar zijn.

Materiaal kiezen: berkenstam of dik hout

De beste keuze voor een specht nestkast is een uitgeholde berkenstam. Je zaagt een stam van ongeveer 30 tot 35 cm lang doormidden (of kwart), holt het binnenste uit, en schroeft de delen weer samen. Zo krijg je de ruwe, schorsachtige buitenkant die spechten aantrekken. De binnenkant mag ruw blijven; dat helpt de vogels juist bij het klimmen.

Heb je geen berkenstam beschikbaar, kies dan voor dik multiplexhout van minimaal 18 mm of liever massief hout van 25 tot 30 mm. Gebruik geen geïmpregneerd hout; de stoffen daarin zijn schadelijk voor vogels. Grenen of eikenhout werkt goed. Je kunt de buitenkant bewerken met een beitels om het ruwe oppervlak van een boomstam te imiteren, of schors van een berkenstam op de buitenwanden lijmen. Dat is extra werk, maar verhoogt de kans op gebruik.

Stap-voor-stap: zo bouw je de nestkast

Volg deze volgorde bij het bouwen:

  • Stap 1. Zaag de onderdelen. Zaag de bodem (14 x 14 cm), de twee zijwanden, de voor- en achterwand en de dakplank op maat. Houd bij de dakplaat een overstekje aan van minstens 3 cm aan de voorkant zodat regen niet in het vlieggat loopt.
  • Stap 2. Boor het vlieggat. Gebruik een gatenboor van 45 mm. Boor het gat in de voorwand op 25 tot 28 cm boven de toekomstige bodem. Schuur de rand niet glad; een ruwe rand is juist goed.
  • Stap 3. Ruwhak de binnenwanden. Gebruik een beitel of hamer om de binnenkant van de voorwand wat ruwer te maken, zodat jonge vogels omhoog kunnen klimmen richting het vlieggat.
  • Stap 4. Schroef de kast samen. Gebruik roestvrij stalen schroeven. Begin met de achterwand (die verleng je naar boven voor de bevestiging aan de boom). Schroef dan de zijwanden, daarna de voorwand. Bevestig de bodem als laatste. Laat de bodem iets los zitten of boor kleine gaatjes (3 tot 4 mm) erin zodat regenwater kan weglopen.
  • Stap 5. Bevestig het dak. Schroef of scharneer het dak zodat je het jaarlijks kunt openen voor schoonmaak. Een scharnierend dak is het makkelijkst. Gebruik een klink of een schroef om het dak gesloten te houden.
  • Stap 6. Behandel het hout. Laat het hout onbehandeld of gebruik een natuurlijke lijnoliebehandeling aan de buitenkant. Nooit verf of lak aan de binnenkant.

Nestkast ophangen: hoogte en locatie

Hang de kast op 3 tot 5 meter hoogte aan een boom met een ruwe, liefst niet te gladde bast. Spechten voelen zich het meest op hun gemak bij een eik, een berk of een andere loofboom. Richt het vlieggat licht naar het oosten of zuidoosten; zo krijgt de kast ’s ochtends wat zon en staat hij beschut tegen de regen die doorgaans uit het westen komt.

Bevestig de kast met een band van rubber of metaal om de stam, nooit met een spijker of schroef rechtstreeks in de boom. Zo groeit de boom niet vast aan de kast. Controleer elk jaar of de bevestiging nog stevig zit, bij voorkeur in de herfst als je de kast ook schoonmaakt.

Maak de kast in de herfst schoon door oud nestmateriaal te verwijderen. Spechten brengen zelf geen materiaal mee; ze leggen direct op de houten bodem. Een dun laagje houtspaan of zaagsel op de bodem leggen kan helpen, maar is niet verplicht. Een goed gebouwde kast op de juiste plek geeft de grote bonte specht een veilige broedplaats die jaren meegaat.