
De vogel die het bekende “oehoe”-geluid maakt, is de oehoe zelf: de grote Europese oehoe (Bubo bubo). Deze roofvogel dankt zijn naam letterlijk aan dit kenmerkende geluid. Het is de grootste uilensoort van Europa, en zijn diepe, volle “oe-hoe” is een van de meest herkenbare vogelgeluiden die je in de schemering of ’s nachts kunt horen.
Hoe klinkt het oehoe-geluid precies?
Het geluid van de oehoe is diep, resonerend en draagt ver. Het bestaat uit twee lettergrepen: een lage “oe” gevolgd door een iets hogere “hoe”. Het klinkt langzaam en bedachtzaam, bijna alsof de vogel vraagt en antwoord geeft tegelijk. Mannetjes roepen anders dan vrouwtjes: het mannetje heeft een lager, voller geluid, het vrouwtje klinkt iets hoger en scherper. Zo communiceren ze met elkaar, zeker tijdens het broedseizoen.
Het geluid draagt in een stille nacht gemakkelijk tot op enkele kilometers afstand. Dat maakt de oehoe goed hoorbaar, ook als je de vogel zelf nooit te zien krijgt. Wie het eenmaal gehoord heeft, vergeet het niet snel: het heeft iets magisch en tegelijk een beetje onheilspellends.
Wanneer en waar hoor je de oehoe?
De oehoe is een nachtactieve vogel. Je hoort hem het vaakst rond zonsondergang en in de vroege nacht, maar ook vlak voor zonsopgang kunnen ze roepen. In de broedperiode, van januari tot en met april, is de oehoe het meest vocaal. Dan roepen mannetjes nadrukkelijk om hun territorium af te bakenen en een vrouwtje aan te trekken.
In Nederland is de oehoe een zeldzame broedvogel. Hij nestelt bij voorkeur op rotsachtige plekken, in groeves of op steile hellingen. In België en Duitsland komt hij iets vaker voor. Als je in de buurt van bekende oehoegebieden bent, zoals in de Ardennen of in de Eifel, maak je de meeste kans om dit geluid te horen.
Kan een andere vogel ook “oehoe” klinken?
Andere uilen maken andere geluiden. De kerkuil maakt een schril, sissend geluid, geen “oehoe”. De bosuil roept “hoe-hoe-hoe” of een langgerekt “ke-wiet”, en de ransuil laat een diepe, eentonige “oe” horen die regelmatig herhaald wordt. Geen van deze soorten klinkt precies zoals de oehoe. Het herhalende, tweelettergrepige “oe-hoe” is vrijwel uniek voor deze soort.
Soms verwarren mensen het geluid van een houtduif met een uil. De houtduif koert op een vergelijkbare manier, maar het klinkt zachter, meer als “roekoe-roekoe” en overdag. Hoor je iets dieps en duisterends in de avond of nacht? Dan is de kans groot dat het toch echt de oehoe is.
Wat weet je nog meer over de oehoe?
De oehoe kan een spanwijdte bereiken van bijna twee meter en is daarmee de grootste uil van Europa. Hij jaagt op muizen, ratten, konijnen en zelfs andere roofvogels. Zijn grote, oranje ogen en de kenmerkelijke oorpluimen (lange veren boven de ogen) maken hem visueel heel herkenbaar, maar overdag is hij goed gecamoufleerd en zit hij stil verscholen.
Wie het geluid zelf wil oefenen en herkennen, kan terecht op sites als vogelgeluid.nl, waar je geluidsopnamen van de oehoe kunt beluisteren en vergelijken met andere soorten.
Kortom: als je ’s avonds of ’s nachts een diep, tweelettergrepig “oe-hoe” hoort, is dat bijna zeker de oehoe. Een zeldzame, imposante vogel waarvan je de roep, als je hem eenmaal kent, nooit meer met iets anders verwart.
