Een nestkast voor de boomkruiper heeft een heel andere vorm dan een gewone vogelkast: smal, wigvormig en met een zijwaartse ingang. De boomkruiper nestelt van nature achter loshangende boomschors, en een goede nestkast bootst dat na. Zonder de juiste kast heeft deze vogel weinig aan een nestkastje dat eigenlijk voor een koolmees is bedoeld.

Waarom de boomkruiper een speciale nestkast nodig heeft

De boomkruiper (Certhia brachydactyla of Certhia familiaris) is een kleine, bruine vogel die altijd langs boomstammen omhoogkruipt op zoek naar insecten. Hij nestelt niet in holtes midden in een boom, maar in smalle spleten: achter schors, in een kier van een schuur of achter klimop. Een standaard nestkast met een ronde ingang aan de voorkant past daar niet bij. De boomkruiper wil vanuit de zijkant of onderkant naar binnen glippen, niet recht vooruit.

Dat maakt de nestkast voor de boomkruiper uniek. De kast is plat en driehoekig van vorm, zodat hij tegen een boomstam past alsof het een stuk losse schors is. De ingang zit aan één of beide zijkanten, laag in de kast. Zo kan de vogel er makkelijk schuin onderdoor kruipen, precies zoals hij dat in de natuur doet.

De juiste afmetingen voor een nestkast boomkruiper

De vorm en maat van de kast zijn bepalend voor succes. Algemeen aanbevolen afmetingen zijn:

  • Breedte: ongeveer 12 tot 15 cm aan de bredere kant
  • Hoogte: ongeveer 20 tot 25 cm
  • Diepte (de smalle zijde die tegen de boom rust): 3 tot 5 cm
  • Ingangsopening: een horizontale spleet van ongeveer 3 bij 5 cm, aan de zijkant van de kast

De bodem is kleiner dan de achterkant, waardoor de kast een wigvorm krijgt. Dat is precies de ruimte die de boomkruiper in de natuur zoekt. Gebruik onbehandeld hout, bij voorkeur van minstens 18 mm dik, zodat de kast goed isoleert en lang meegaat.

Waar je de nestkast ophangt

Hang de kast op een boomstam met een doorsnede van minstens 20 cm, op een hoogte van 1,5 tot 3 meter. Dat is laag genoeg om de kast te kunnen schoonmaken, maar hoog genoeg om de vogel rust te geven. De kast hoort plat tegen de schors te liggen, met de achterkant zo veel mogelijk de ruwheid van de bast volgend. Gebruik daarvoor geen spijkers die de boom beschadigen, maar een riem of koord dat je losjes om de stam bevestigt.

De richting maakt voor de boomkruiper minder uit dan bij andere vogelsoorten. Toch is een plek die niet de hele dag in de volle zon staat aan te raden, zodat het nestjongen niet oververhit raken. Een boom in een lichte schaduw of op het noorden tot oosten is prima.

Twee ingangen of één?

Sommige nestkasten voor de boomkruiper hebben twee zijdelingse openingen: één aan elke kant. Dat heeft een praktisch voordeel. Als een kat of een andere rover voor de ene ingang staat, kan de boomkruiper via de andere kant ontsnappen. Vogelbeschermingsorganisaties raden dit type kast dan ook aan. Heb je de keuze, kies dan voor een model met twee openingen.

Wanneer ophangen en hoe schoonmaken

Hang de nestkast boomkruiper bij voorkeur in de late herfst of winter op. Boomkruipers gebruiken nestkasten niet alleen om in te broeden (van april tot juni), maar ook als slaapplaats in koude nachten. Een vroeg opgehangen kast geeft de vogel de kans om de plek te ontdekken voordat het broedseizoen begint.

Maak de kast één keer per jaar schoon, na het broedseizoen in augustus of september. Verwijder oud nestmateriaal, omdat daarin parasieten als bloedluizen kunnen zitten. Spoel de kast met heet water, laat hem goed drogen en hang hem daarna meteen weer terug, want de boomkruiper gebruikt hem mogelijk al als slaapplek in de herfst.

Een nestkast speciaal voor de boomkruiper is geen luxe: zonder de juiste vorm en ingang zal deze vogel hem simpelweg niet gebruiken. Met de juiste kast, op de juiste boom en op de juiste hoogte, vergroot je de kans op succes flink. Controleer elk jaar of de kast nog goed vast zit en vrij is van oud nestmateriaal, en de boomkruiper heeft jaar na jaar een veilige plek.