
Zie je een gewonde vogel, bel dan de dierenambulance via het landelijke alarmnummer 144. Dit nummer is specifiek bedoeld voor dieren in nood en verbindt je met de juiste hulpverlening in jouw regio. De medewerkers geven advies over wat je direct kunt doen en of een ambulance nodig is.
Niet elke vogel die op de grond zit, heeft hulp nodig. Maar bij zichtbare verwondingen, verlammingsverschijnselen of een vogel die duidelijk niet meer weg kan vliegen, is snel contact opnemen de juiste stap.
Wanneer bel je de dierenambulance voor een gewonde vogel?
Bel 144 als de vogel een van de volgende tekenen vertoont:
- Een vleugel hangt scheef of sleept over de grond
- De vogel kan niet meer op zijn poten staan
- Er is een zichtbare wond, bloed of uitpuilende organen
- De vogel is bewusteloos of reageert nauwelijks
- De vogel zit al langere tijd op dezelfde plek zonder te bewegen
Vogels die tegen een raam zijn gevlogen, kunnen even verdoofd zijn maar herstellen vaak vanzelf binnen een halfuur. Leg zo’n vogel op een rustige, donkere plek (zoals een doos met gaatjes) en wacht af. Vliegt hij daarna niet weg, neem dan alsnog contact op met de dierenambulance.
Risicogroepen: wanneer is extra voorzichtigheid vereist?
De Dierenbescherming wijst op vogels uit de zogenoemde risicogroep, waarbij besmettingsgevaar een rol kan spelen. Denk aan wilde watervogels zoals eenden, ganzen en zwanen, maar ook meeuwen en roofvogels. Zijn meerdere vogels tegelijkertijd ziek of dood in hetzelfde gebied, bel de dierenambulance dan ook voor overleg, al lijken de dieren niet verwond. Dit kan een signaal zijn van een infectieziekte zoals vogelgriep.
Pak in zo’n geval de vogel niet met blote handen op. Gebruik handschoenen of sla de vogel voorzichtig in een handdoek of plastic zak. Was daarna je handen grondig.
Wat kun je zelf doen terwijl je wacht?
De dierenambulance heeft soms een rijdtijd van twintig minuten tot langer. In die tussentijd kun je de vogel veilig houden:
- Leg de vogel in een gesloten doos met gaatjes voor lucht en een zachte bodem (een oude theedoek werkt goed)
- Zet de doos op een warme, rustige en donkere plek, weg van kinderen en huisdieren
- Geef de vogel geen eten of drinken tenzij de dierenambulancemedewerker dat adviseert
- Hanteer de vogel zo min mogelijk; stress maakt de situatie erger
Probeer de vogel niet zelf te verbinden of te behandelen. Verkeerde behandeling kan botbreuken verergeren of de vogel extra stress bezorgen.
Wat gebeurt er nadat de dierenambulance de vogel ophaalt?
De dierenambulance brengt gewonde vogels doorgaans naar een vogelopvang of dierenarts in de regio. Daar wordt beoordeeld of de vogel behandeld kan worden en wat de kans is op volledig herstel. Roofvogels, uilen en beschermde soorten krijgen soms gespecialiseerde zorg via een erkende opvang, omdat gewone dierenartsen niet altijd de benodigde kennis of middelen hebben.
Houd er rekening mee dat niet elke gewonde vogel het redt. Opvangcentra werken met beperkte capaciteit en geven prioriteit aan vogels met een realistische kans op herstel en terugkeer in het wild.
Bij twijfel: bel 144. Een kort telefonisch overleg kost niets en helpt je snel de juiste beslissing te nemen voor de vogel die je voor je hebt.
