De vogel die het hoogst vliegt is de Rüppells gier (Gyps rueppelli). Deze Afrikaanse gier is op een hoogte van ongeveer 11.300 meter geregistreerd, wat hoger is dan de top van de Mount Everest. Geen enkele andere vogelsoort is op zo’n extreme hoogte bevestigd waargenomen.

Dat record is niet zomaar een schatting. In 1973 vloog een Rüppells gier een vliegtuig tegemoet boven Ivoorkust op een hoogte van ruim 11 kilometer. Het dier overleefde de aanvaring niet, maar de identificatie door veerresten maakte het record officieel. Tot op vandaag staat dit als het hoogste bevestigde vluchtniveau van een vogel.

Waarom vliegt de Rüppells gier zo hoog?

Op grote hoogte is de lucht ijl en bevat die veel minder zuurstof. Voor de meeste vogels is dat een probleem, maar de Rüppells gier is er specifiek op aangepast. Zijn hemoglobine, het eiwit in het bloed dat zuurstof vervoert, bindt zuurstof buitengewoon efficiënt, zelfs bij lage luchtdruk. Daardoor kan hij op hoogtes functioneren waar andere dieren bewusteloos zouden raken.

De reden dat de gier zo hoog vliegt, is praktisch: vanuit grote hoogte heeft hij een enorm zichtveld. Hij speurt het landschap af op zoek naar aas. Hoe hoger hij zweeft, hoe groter het gebied dat hij in één blik overziet. In de thermiek, de warme luchtstroom die opstijgt vanuit de savanne, kan hij urenlang cirkelen zonder nauwelijks met zijn vleugels te slaan. Dat kost hem weinig energie.

Welke vogels vliegen het hoogst na de Rüppells gier?

Er zijn meer vogelsoorten die indrukwekkende hoogtes bereiken. Hieronder de meest bekende, op volgorde van recordhoogte:

  • Rüppells gier (circa 11.300 meter)
  • Baardgier (ook wel lammergier, tot ongeveer 7.300 meter in de Himalaya)
  • Kraanvogel (sommige soorten trekken over de Himalaya op hoogtes van 5.000 tot 8.000 meter)
  • Baarkoet (ook bekend als de strepenkopgans, trekt op recordhoogtes van meer dan 7.000 meter over bergketens in Azië)
  • Alpengierzwaluw (bereikt hoogtes tot zo’n 6.000 meter)

De strepenkopgans verdient een aparte vermelding. Deze gans trekt twee keer per jaar over de Himalaya en doet dat actief vliegend, niet zwevend. Dat maakt zijn prestatie fysiologisch gezien misschien nog opmerkelijker dan die van de gier, die grotendeels gebruikmaakt van thermiek.

Hoe overleeft een vogel zulke hoogtes?

Behalve het bijzondere hemoglobine spelen ook de longen een grote rol. Vogels hebben een ander ademhalingssysteem dan zoogdieren. Ze gebruiken luchtzakken die de lucht in één richting door de longen sturen, waardoor er nooit “verbruikte lucht” in de longen blijft hangen. Dat maakt elke ademteug efficiënter dan bij een mens het geval is. Een klimmer boven 8.000 meter heeft extra zuurstof nodig; een Rüppells gier zweeft daar zonder hulpmiddelen.

Ook de temperatuur is op grote hoogte een uitdaging. Op 11 kilometer hoogte kan de buitentemperatuur dalen tot min 60 graden Celsius. Vogels die zulke hoogtes halen, hebben een dicht verenkleed en een stofwisseling die hen warm houdt, ook al zie je ze van de grond alleen als een stipje in de lucht.

De Rüppells gier blijft dus de onbetwiste recordhouder als het gaat om de vogel die het hoogst vliegt. Zijn combinatie van efficiënt bloed, een bijzonder ademhalingssysteem en het slim gebruik van thermiek maakt hem uniek in de vogelwereld. Een opmerkelijke prestatie voor een dier dat zijn leven grotendeels besteedt aan het cirkelen boven de Afrikaanse vlaktes op zoek naar een volgende maaltijd.