
Voor een pimpelmees heb je een nestkast nodig met een vlieggatdiameter van 28 mm en een bodem van ongeveer 10 x 10 cm. De binnendiepte bedraagt bij voorkeur rond de 15 tot 20 cm, gemeten van de onderkant van het vlieggat tot de bodem. Dit zijn de maten die vogelbeschermingsorganisaties zoals Vogelbescherming Nederland aanbevelen.
De pimpelmees is een kleine holenbroeder die precieze eisen stelt aan de opening. Te groot, en er nestelen grotere soorten in (zoals de koolmees of zelfs een mus). Te klein, en de pimpelmees past er simpelweg niet doorheen. Het vlieggat van 28 mm is dan ook het meest kritische onderdeel van de hele kast.
Alle afmetingen van een nestkast voor de pimpelmees
| Onderdeel | Aanbevolen maat |
|---|---|
| Vlieggatdiameter | 28 mm |
| Bodemoppervlak | 10 x 10 cm |
| Binnendiepte (vlieggat tot bodem) | 15 tot 20 cm |
| Hoogte vlieggat boven de bodem | 12 tot 15 cm |
| Wanddikte | minimaal 15 mm |
De hoogte van het vlieggat boven de bodem is belangrijk omdat de kuikens anders te vroeg uit de kast klimmen. Met 12 tot 15 cm hebben ze genoeg ruimte om te groeien zonder dat ze al bij het vlieggat komen voordat ze vliegrijp zijn.
Materiaal en wanddikte: waar je op moet letten
Gebruik onbehandeld hout, bij voorkeur grenen, populier of multiplex van minimaal 15 mm dik. Dikker hout isoleert beter tegen warmte en kou, wat voor de jongen in het nest een groot verschil maakt op warme zomerdagen. Behandeld hout, zoals geïmpregneerd of geverfd hout, is giftig voor vogels en moet je altijd vermijden.
Boor of zaag aan de binnenkant van de voorzijde kleine horizontale groefjes net onder het vlieggat. Daardoor kunnen de jonge vogels straks makkelijker naar boven klimmen om uit te vliegen. Dat klinkt als een detail, maar het scheelt merkbaar bij de uitvlucht.
Vlieggatdiameter: waarom 28 mm zo belangrijk is
Een vlieggat van 28 mm is specifiek voor de pimpelmees. De koolmees heeft al 32 mm nodig. Door het gat op 28 mm te houden, sluit je de koolmees en andere grotere soorten uit. De pimpelmees past er comfortabel doorheen, maar grotere vogels niet. Wil je juist de koolmees aantrekken, dan maak je het gat 32 mm. Voor de ringmus is dat weer 32 mm, maar de kastnorm verschilt verder.
Let op: een vlieggat dat iets te groot is geboord, is niet meer te herstellen. Meet dus twee keer en boor één keer. Gebruik een Forstnerbit of gatenboor van precies 28 mm voor een strak resultaat.
Op welke hoogte hang je de nestkast?
Hang de kast op een hoogte van 2 tot 4 meter. Lager dan 2 meter is de kast kwetsbaar voor katten en andere predatoren. Hoger dan 4 meter maakt het ophangen en het jaarlijks reinigen lastig. De ingang mag niet in de volle zon hangen: een oriëntatie op het noorden, noordoosten of oosten werkt het beste. Zo wordt het nest niet oververhit op warme middagen.
Zorg dat de kast licht naar voren helt (een paar graden), zodat regenwater niet naar binnen loopt. Bevestig hem stevig aan een boom of muur, maar gebruik geen spijkers of schroeven rechtstreeks in een levende boom als dat te vermijden is. Een band of klem om de stam beschadigt de boom minder.
Met de juiste afmetingen, een vlieggat van exact 28 mm en een goede hangplek geef je een pimpelmees een aantrekkelijke plek om te broeden. Reinig de kast elk jaar na het broedseizoen, zodat hij volgend voorjaar meteen weer klaar is voor gebruik.
