
Als je een vogel uit het nest ziet vallen, is de eerste stap: kijk goed hoe het jong eruitziet. Is het klein, kaal of heeft het alleen wat donsveertjes? Dan hoort het echt nog in het nest en moet je proberen het terug te plaatsen. Heeft het al echte veertjes en huppelt het rond op de grond? Dan is het een uitgevlogen jong dat waarschijnlijk geen hulp nodig heeft.
Het verschil tussen die twee situaties bepaalt volledig wat je moet doen. Veel mensen rapen een vogeltje op terwijl dat helemaal niet nodig is. Dat klinkt goed bedoeld, maar het kan de vogel juist schaden. Hieronder vind je precies wat je per situatie doet.
Kuiken of uitgevlogen jong? Zo zie je het verschil
Een kuiken is nog niet klaar voor de grond. Het is naakt of heeft alleen wat dons, de ogen zijn soms nog dicht en het kan niet staan of huppelen. Dit jong heeft het nest nodig om te overleven. Een uitgevlogen jong daarentegen heeft al echte veren, kan staan en beweegt actief. Het verlaat het nest bewust, ook al kan het nog niet goed vliegen. Dat is normaal en hoort bij de ontwikkeling.
Let ook op het gedrag. Roept het jong luid om eten? Dan zijn de ouders waarschijnlijk in de buurt. Vogels laten hun jong niet zomaar in de steek, ook al lijkt dat zo. De oudersvogels houden afstand zolang jij in de buurt bent.
Vogel uit nest gevallen wat nu: terugplaatsen als het kan
Bij een kuiken dat nog niet rijp is voor de grond, is terugplaatsen de beste optie. Zo doe je dat:
- Zoek het nest op in de buurt, vaak vlak boven de plek waar je het jong vond.
- Pak het kuiken voorzichtig op met beide handen. Het is niet erg als jouw geur eraan zit: de ouders stoten het jong daar niet om af. Dat is een hardnekkige mythe.
- Zet het kuiken zachtjes terug in het nest.
- Ga daarna minstens tien meter weg en wacht rustig af. De ouders keren terug zodra jij weg bent.
Kun je het nest niet bereiken of vinden? Maak dan een vervangend nestje van een schaaltje of een klein bakje bekleed met gras of mos. Hang dat zo hoog mogelijk op, zo dicht mogelijk bij de plek waar je het jong vond, bij voorkeur in de schaduw. Kijk daarna van afstand of de ouders terugkomen.
Als het jong gewond is of de ouders niet terugkomen
Wacht minstens een uur voordat je ingrijpt. Ouders zijn schuw en komen niet terug zolang er mensen in de buurt zijn. Houd afstand en kijk van een stukje weg of door een raam.
Komt er na een uur echt niemand terug, of is het jong duidelijk gewond (bloed, hangende vleugel, niet kunnen bewegen)? Dan schakel je een vogelopvang in. Neem het jong dan op in een gesloten doos met luchtgaten, leg er wat keukenpapier in en houd de doos warm. Geef het jong zelf geen eten of drinken: dat doe je snel verkeerd en kan het jong ernstig schaden.
Je kunt voor de dichtstbijzijnde vogelopvang bellen met de Dierenambulance in jouw regio, of contact opnemen met het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG). Zij verwijzen je door naar de juiste plek.
Wat je beter niet kunt doen
Een paar veelgemaakte fouten op een rij:
- Broodkruimels, melk of water geven. Dit kan dodelijk zijn voor een jong vogeltje.
- Het jong binnenbrengen en zelf grootbrengen. Dat vereist specialistische kennis en is in Nederland wettelijk gezien niet zomaar toegestaan.
- Een uitgevlogen jong oppakken dat er gezond uitziet. Laat dit jong gewoon zitten. De ouders zijn erbij.
- Katten of andere dieren niet weghouden. Houd huisdieren uit de buurt van de plek waar het jong zit, zodat de ouders ongestoord kunnen terugkomen.
Kijk dus altijd eerst goed naar het jong voordat je iets doet. In de meeste gevallen heeft een vogeltje op de grond jouw hulp helemaal niet nodig, en is afstand houden de slimste keuze.
