Een nestkast voor kerkuilen heeft specifieke afmetingen en een doordachte plaatsing nodig. Kerkuilen broeden namelijk niet in standaard vogelkastjes, maar hebben een ruime, donkere kast nodig die lijkt op een holte in een schuur of toren. Met de juiste nestkast vergroot je de kans op een succesvol broedpaar aanzienlijk.

Kerkuilen staan in Nederland onder druk door verdwijnende broedplaatsen en veranderd landgebruik. Een goed geplaatste kerkuilenkast kan direct helpen. Hieronder lees je precies waaraan zo’n kast moet voldoen.

Afmetingen van een nestkast voor kerkuilen

Een kerkuilenkast is veel groter dan een kast voor mezen of spreeuwen. De bodem is minstens 30 bij 30 centimeter, maar grotere modellen van 40 bij 50 centimeter werken nog beter omdat de uilen dan genoeg ruimte hebben voor een legsel van vier tot acht jongen. De hoogte van de kast is minstens 30 centimeter. De vliegopening heeft een ovaal of rechthoekige vorm en is doorgaans ongeveer 15 bij 10 centimeter groot, net groot genoeg voor een volwassen kerkuil maar te klein voor katten.

De ingang zit bij voorkeur laag in de kast, zodat jonge uilen niet meteen naar buiten vallen als ze nieuwsgierig worden. Sommige kasten hebben een extra aanvliegplankje voor de opening, wat de uilen helpt bij het landen.

Materiaal: wat werkt goed en wat niet

Kerkuilenkasten worden traditioneel gemaakt van multiplex of massief hout. Exterieur multiplex (ook wel buitenmultiplex) is een goede keuze omdat het bestand is tegen wisselende temperaturen en vochtigheid. Een afwerking met een watergedragen lak of beits verlengt de levensduur flink. Het dak kun je extra beschermen door er roofing of een strook EPDM-folie op te bevestigen. Zo blijft de binnenkant altijd droog.

Vermijd hout dat behandeld is met sterke chemische middelen of verven op oplosmiddelbasis. Kerkuilen zijn gevoelig voor uitdamping van chemische stoffen, zeker in een besloten ruimte. Onbehandeld of waterbasis-behandeld hout is het veiligst. De kasten hebben aan de binnenkant ook geen glad oppervlak nodig. Een iets ruwer binnenoppervlak geeft jonge uilen houvast als ze bewegen.

Waar hang je een nestkast kerkuil op?

Plaatsing is minstens zo belangrijk als de kast zelf. Kerkuilen hebben de volgende voorkeur:

  • Hoogte: minimaal 3 meter, maar liever 4 tot 6 meter boven de grond. Lager hangt te veel risico op verstoring door mensen en dieren.
  • Locatie: in of aan boerderijen, kerktorens, grote schuren of andere agrarische gebouwen. Kerkuilen jagen in open, grazig landschap en willen snel van en naar de kast kunnen vliegen.
  • Oriëntatie: een opening die niet recht op de westenwind of volle zon staat. Noord, oost of het gebouw wegdraaiend van het heersende weer is gunstig.
  • Omgeving: dicht bij onbeheerde bermen, slootkanten of weiland. Hoe meer muizen in de buurt, hoe beter.

Hang de kast binnenin een gebouw als dat kan, met de opening naar buiten via een gat in de muur of een luikje. Zo is de kast beter beschermd tegen regen en extreme kou. Buiten aan een gebouw bevestigen kan ook, maar dan is een goed afdak onmisbaar.

Wanneer ophangen en wanneer verwacht je bewoning?

Hang de kast het liefst in de herfst of vroege winter op, ruim voor het broedseizoen. Kerkuilen beginnen al in februari of maart te verkennen en kunnen dan een nieuwe kast al snel accepteren. Een kast die pas in april wordt gehangen, mis je dat jaar waarschijnlijk nog.

Bewoning is niet gegarandeerd en kan soms jaren duren, zeker als er in de buurt weinig kerkuilen zijn. In gebieden waar kerkuilen al voorkomen, is de kans op bewoning het eerste jaar aanzienlijk groter. Neem contact op met een lokale vrijwilligersgroep of de Zoogdierenvereniging voor informatie over kerkuilen in jouw regio. Zij weten vaak precies welke locaties kansrijk zijn.

Onderhoud van de kerkuilenkast

Controleer de kast één keer per jaar, buiten het broedseizoen. De beste periode is september of oktober, nadat de jongen zijn uitgevlogen. Verwijder dan oude braakballen en uitwerpselen. Dit houdt de kast hygiënisch en voorkomt dat parasieten zich ophopen.

Controleer ook het hout op rot of scheuren, en herstel of vervang onderdelen waar nodig. Een goed onderhouden kast gaat tien tot vijftien jaar mee. Gebruik bij het reinigen geen chemische schoonmaakmiddelen. Warm water met een borstel is voldoende.

Een nestkast voor een kerkuil ophangen is een van de meest directe manieren om deze uil te helpen. Zorg voor de juiste maten, schoon hout en een goede locatie dicht bij open jachtgebied. Dan doe je wat je kunt, al bepaalt de kerkuil zelf of hij intrek neemt.